vrijdag 21 mei 2010

VROUW ZONDER LAND

donkere ogen in een bestoft gezicht
een skelet met een glimlach

waar is je man, vrouw zonder land?

haar ogen hebben alles reeds gezien
ze zingt haar leven voor me
woord voor woord, jaar na jaar

mijn man is bij zijn kameraden
strijdend voor een nieuwe morgen
haar man vocht voor vrijheid
maar die vrijheid kwam niet
ze namen hem zelfs zijn leven af

haar magere hand bedelt om eten
aan haar voeten ligt een bundel
de oren onder haar lange haren
hebben alles reeds aanhoord.

wat ligt daar aan je voeten, vrouw zonder land?

ze glimlacht wijs
toont een uitgeteerd kinderlijkje

mijn dochter is vrij
en heeft veel te eten
zingen haar ogen
haar dochter is misbruikt en vermoord
door de machtigen die niet willen delen

ze neemt haar dochter op
draagt haar op haar benige rug
traag gaat ze op weg
het stof waait bijna niet meer op
van de schim die erover waart

waar is je thuis, vrouw zonder land?

ze zwijgt wetend, schudt haar vogelkleine hoofd
mijn thuis is de hele wereld, bidden haar voeten
in het hete zand
haar thuis is vernield
door de machtigen om nog meer macht te hebben

ze schuifelt langs onbestaande paden
het lichaampje op haar rug weegt niets voor haar
want het is haar dochter die ze draagt
ze is zo moe

waar ga je heen, vrouw zonder land?

overal en nergens
kreunt haar hopeloze bestaan
dan valt ze reutelend neer
op het brandende zand
haar knieën op harde stenen
zorgvuldig op haar buik

want op haar rug hangt haar dochter gebonden
en ze wil haar niet nog meer pijn doen...

COEUR BATTU

tout ce que tu dis
est un rêve
tu me prends par le cou
en disant que tu m'aimes
et je te crois
mais pourquoi

tu te moques de moi
casses mon coeur chaque jour
tu dis que tu m'aimes
et je te crois
mais pourquoi

mon coeur defendu
mon esprit battu

je t'aime
pleine de folie
tu me noies
dans tes mots sans sens
sans importance

tu dis que tu m'aimes
parce qu'il n'y a rien
d'autre à dire
et je te crois
mais pourquoi

mon coeur battu
mon esprit defendu

UTOPIA

bloem voor huis gebouwd

boom naast auto geparkeerd

natuur is een technologische uitvinding

de lente groeit elk jaar opnieuw

aan ijzeren boomtakken

DE GUERRILLA-STRIJDER

Ik lig op mijn rug, bruut neergeslagen
verstijvend in het ijzignatte gras.
Ik kijk naar de sterren boven me
onder me, rond me, in me
ook al is het klaarlichte dag.

Kameraden schreeuwen angstig
naast me kreunt een vriend
hij staart naar zijn losgerukte been
amputatie door een granaat.
"Sterf ik nu?"
vraagt hij nog.

Weet ik het...
Sterren omhelzen hem
voeren hem mee.

Dan bemerk ik een nieuwe ster.
Mijn been jeukt aanhoudend
maar mijn tastende handen voelen leegte.
Ik kijk naar beneden
zie niets dat benen kunnen zijn.

Het licht van de ster
pijnigt mijn ogen.
"Sterf ik nu?"
vraag ik nog.

De ster weet het
en voert me mee ...

NIET VRIJ

Ik ben een vogel
geboren uit jouw ziel,
ik ben een gevangene
voortgekomen uit jouw gedachten.

Ik ben niet vrij
maar ik zou niet anders kunnen leven.

Jij bent een engel
ontsproten uit een fontein van pijn,
jij bent een pirana
in het bloed van gebroken harten.

Je bent niet vrij
maar je zou niet anders kunnen leven.

Ik ben een vis
in de woeste stroming van je hart,
ik ben een veroordeelde
onderworpen aan je spot.

Ik ben niet vrij
maar ik zou niet anders kunnen leven.

Jij bent een traan
in het oog van de orkaan,
jij bent een gesloten oester
zonder parel in je hart.

Wij zijn niet vrij
maar we zouden niet anders kunnen leven.

GEEN TRANEN MEER

Geen tranen meer
geen verdomde tranen meer!

Ik ben ze beu
en niet alleen deze egoïst.
Waarom nog huilen?
Anderen ontwapenen:
"Voel je schuldig!"

Geen tranen meer
geen verdomde tranen meer!

Ze worden enkel misbruikt
voor egoïstische doeleinden.
Ik zal ze enkel dulden
als hun betekenis terug echt is.

Geen tranen meer
geen verdomde tranen meer!

Het kind huilt om aandacht.
De tiener om een verloren liefde.
De volwassene wil zijn deel.
De dode stierf met tranen van onwil.

Geen tranen meer
geen verdomde tranen meer!

donderdag 20 mei 2010

HANDEN

Je gaat teniet
temidden duizenden ogen.

Je bent een schim
tussen duizenden spoken.

Je bent eenzaam
naast duizenden hopelozen.

Je lied van verdriet weerklinkt
uit duizenden kelen.

Je bittere traan rolt
in duizenden oceanen.

Je schelle lach schalt
tussen duizenden muren.

Je stort jezelf
in duizenden afgronden.