donkere ogen in een bestoft gezicht
een skelet met een glimlach
waar is je man, vrouw zonder land?
haar ogen hebben alles reeds gezien
ze zingt haar leven voor me
woord voor woord, jaar na jaar
mijn man is bij zijn kameraden
strijdend voor een nieuwe morgen
haar man vocht voor vrijheid
maar die vrijheid kwam niet
ze namen hem zelfs zijn leven af
haar magere hand bedelt om eten
aan haar voeten ligt een bundel
de oren onder haar lange haren
hebben alles reeds aanhoord.
wat ligt daar aan je voeten, vrouw zonder land?
ze glimlacht wijs
toont een uitgeteerd kinderlijkje
mijn dochter is vrij
en heeft veel te eten
zingen haar ogen
haar dochter is misbruikt en vermoord
door de machtigen die niet willen delen
ze neemt haar dochter op
draagt haar op haar benige rug
traag gaat ze op weg
het stof waait bijna niet meer op
van de schim die erover waart
waar is je thuis, vrouw zonder land?
ze zwijgt wetend, schudt haar vogelkleine hoofd
mijn thuis is de hele wereld, bidden haar voeten
in het hete zand
haar thuis is vernield
door de machtigen om nog meer macht te hebben
ze schuifelt langs onbestaande paden
het lichaampje op haar rug weegt niets voor haar
want het is haar dochter die ze draagt
ze is zo moe
waar ga je heen, vrouw zonder land?
overal en nergens
kreunt haar hopeloze bestaan
dan valt ze reutelend neer
op het brandende zand
haar knieën op harde stenen
zorgvuldig op haar buik
want op haar rug hangt haar dochter gebonden
en ze wil haar niet nog meer pijn doen...
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten